Filosofie moet zichtbaar worden in het leven
Wat heb je aan filosofie wanneer zij alleen bestaat uit woorden?
Die vraag ligt dicht bij de manier waarop Epictetus zijn leerlingen onderwees. Hij wilde niet alleen horen dat iemand een filosofische tekst had gelezen of een redenering kon uitleggen. Hij wilde weten wat daarvan zichtbaar was geworden in zijn leven. Hoe ging iemand om met verlangen? Hoe reageerde hij wanneer iets tegenzat? Kon hij zijn oordeel beheersen wanneer hij werd beledigd? Wat gebeurde er wanneer hij niet kreeg wat hij wilde?
Daarmee komen we dicht bij het hart van de stoïcijnse levenskunst.
De Stoa was een uitgebreide filosofische school, met ideeën over logica, natuur, kennis, de kosmos en de mens. Maar filosofie moest uiteindelijk ergens toe leiden: een andere manier van leven.
Niet alleen weten wat wijsheid is, maar proberen wijzer te handelen.
Niet alleen spreken over rechtvaardigheid, maar rechtvaardig zijn wanneer eigenbelang iets anders aantrekkelijker maakt.
Niet alleen begrijpen dat verlies bij het leven hoort, maar leren omgaan met het moment waarop we daadwerkelijk iets verliezen.
Voor de Stoïcijnen lag tussen weten en worden een heel leven van oefening.
Filosofie als oefening
Epictetus kon daar streng in zijn.
In zijn Gesprekken bekritiseert hij leerlingen die trots zijn op wat ze gelezen of geschreven hebben, terwijl hun verlangens en afkeren nog steeds alle kanten opgaan. Voor hem was kennis van filosofische teksten geen eindpunt. De vraag was wat die kennis met iemand deed.
Dat maakt de Stoa wezenlijk anders dan een filosofie die we alleen bestuderen.
We kunnen honderd keer lezen dat de mening van anderen niet volledig van ons afhankelijk is en toch gekwetst raken door kritiek.
We kunnen begrijpen dat bezit vergankelijk is en toch moeite hebben iets kwijt te raken.
We kunnen rechtvaardigheid bewonderen en in een conflict alsnog vooral ons eigen gelijk willen verdedigen.
Filosofische kennis verandert zulke reacties niet automatisch.
Daarom is oefening zo belangrijk.
De Stoïcijnen gebruikten hiervoor het idee van askēsis: training. Zoals iemand zijn lichaam niet sterker maakt door alleen over sport te lezen, wordt karakter niet gevormd door alleen over deugd na te denken.
Het leven zelf wordt de plaats waar geoefend wordt.
Epictetus: eerst onderzoeken wat een keuze van je vraagt
Een mooi voorbeeld vinden we opnieuw bij Epictetus.
Wanneer iemand filosoof wil worden, zegt hij niet eenvoudig: begin maar. Eerst moet die persoon onderzoeken wat zo'n keuze werkelijk van hem vraagt.
Epictetus vergelijkt dat met iemand die worstelaar wil worden. Kijk eerst naar wat je wilt ondernemen, naar jezelf en naar wat je bereid bent te verdragen. Een bepaalde richting kiezen betekent ook de gevolgen en inspanningen daarvan aanvaarden.
Dat is een verrassend moderne gedachte.
We willen vaak weten hoe we iets kunnen bereiken. Hoe word ik succesvoller? Hoe word ik sterker? Hoe leef ik rustiger? Hoe verander ik mijn gewoonten?
De stoïcijnse levenskunst voegt daar een eerder onderzoek aan toe.
Wat wil ik eigenlijk? Waarom wil ik het? En wat vraagt die keuze van mij?
Dat hoeft ambitie niet kleiner te maken.
Iemand kan na zorgvuldig onderzoek juist besluiten dat hij iets ontzettend graag wil en bereid is de prijs ervoor te betalen. Maar zijn keuze is dan niet gedachteloos.
Filosofie helpt richting te geven voordat discipline ons op weg helpt.
Wat ligt werkelijk bij mij?
Een van de bekendste stoïcijnse oefeningen begint met een onderscheid.
Epictetus opent zijn Enchiridion met het idee dat sommige zaken van ons afhankelijk zijn en andere niet.
Onze oordelen, keuzes en intenties liggen op een andere manier bij ons dan bijvoorbeeld reputatie, bezit, lichamelijke omstandigheden of het gedrag van andere mensen.
Dat onderscheid klinkt op papier eenvoudig.
In het leven is het moeilijker.
Een sporter kan alles goed voorbereiden en toch verliezen.
Een ondernemer kan zorgvuldig handelen en toch worden geraakt door omstandigheden die hij niet heeft veroorzaakt.
Een ouder kan zijn kind liefde, aandacht en waarden meegeven zonder te kunnen bepalen welke keuzes dat kind later maakt.
Een mens kan zich fatsoenlijk gedragen tegenover iemand anders zonder te kunnen afdwingen dat die ander hetzelfde doet.
Stoïcijnse levenskunst betekent dan niet dat de uitkomst ons niets meer mag interesseren.
Het betekent dat we leren herkennen waar onze verantwoordelijkheid ligt.
Daar kunnen we handelen.
Daar kunnen we oefenen.
Daar kunnen we proberen beter te worden.
Marcus Aurelius: filosofie midden in verantwoordelijkheid
Marcus Aurelius maakt dit bijzonder zichtbaar.
Hij beoefende de Stoa niet vanuit een leven zonder verantwoordelijkheden. Als Romeins keizer moest hij regeren, beslissingen nemen, omgaan met conflicten en oorlogen en samenwerken met mensen die hij niet zelf had uitgekozen.
En toch gaan zijn Persoonlijke notities opvallend vaak niet over de vraag hoe hij anderen kan beheersen.
Hij richt zijn aandacht steeds opnieuw op zichzelf.
Hoe moet ik handelen?
Welk oordeel geef ik aan wat gebeurt?
Kan ik rechtvaardig blijven?
Marcus beschrijft de mens bovendien als rationeel én sociaal. Voor hem horen goed oordelen en goed omgaan met anderen bij dezelfde menselijke natuur.
Dat maakt zijn geschriften zo interessant als voorbeeld van levenskunst.
Marcus had enorme macht.
Maar de Stoa herinnerde hem eraan dat macht over anderen iets anders is dan meesterschap over het eigen handelen.
Niet iedere indruk verdient onze instemming
Voor de Stoïcijnen begint veel van onze innerlijke onrust bij de manier waarop wij gebeurtenissen beoordelen.
Er gebeurt iets en onmiddellijk ontstaat er een indruk:
Dit is verschrikkelijk.
Hij mag mij niet zo behandelen.
Ik heb dit nodig.
Als dit mislukt, is alles verloren.
De Stoïcijnen spraken over zulke indrukken als phantasiai.
Maar een indruk is nog niet automatisch een waarheid.
Wij kunnen onderzoeken of we ermee instemmen. Dat proces van instemming werd synkatathesis genoemd.
Marcus Aurelius oefende zichzelf daar voortdurend in. In zijn notities spoort hij zichzelf aan om gebeurtenissen nauwkeurig te bekijken en niet onmiddellijk mee te gaan in de waardeoordelen die eraan worden toegevoegd. Hij verbindt dit expliciet met het onderzoeken van wat iets werkelijk is en welke deugd een bepaalde situatie van hem vraagt.
Daar ontstaat een kleine maar belangrijke ruimte tussen gebeurtenis en reactie.
Iemand bekritiseert mij.
Mijn eerste reactie kan irritatie zijn.
Maar vervolgens kan ik onderzoeken:
Is de kritiek waar?
Als zij waar is, kan ik ervan leren.
Als zij niet waar is, waarom zou een onjuist oordeel van iemand anders dan mijn karakter moeten bepalen?
Dat betekent niet dat de eerste emotionele reactie altijd verdwijnt.
Het betekent dat we haar niet automatisch het laatste woord geven.
Seneca: bezit hebben zonder erdoor bezeten te worden
Ook onze verhouding tot bezit hoort bij levenskunst.
De Stoa wordt soms voorgesteld alsof een stoïcijn niets zou mogen bezitten of geen voorkeur zou mogen hebben voor comfort, gezondheid of financiële zekerheid.
Dat klopt niet.
Binnen de klassieke Stoa behoren rijkdom, gezondheid, aanzien en vergelijkbare omstandigheden tot de adiaphora. Ze zijn niet het morele goede zelf. Tegelijkertijd konden bepaalde externe omstandigheden volgens de hoofdstroom van de Stoa wel degelijk waarde hebben en redelijkerwijs de voorkeur verdienen.
Seneca is juist daarom een interessant voorbeeld.
Hij schreef uitgebreid over eenvoud en onafhankelijkheid van bezit, terwijl hij zelf een vermogend Romein was en zich lange tijd midden in de hoogste politieke kringen bevond.
Dat maakt de vraag interessanter dan simpelweg:
Mag een Stoïcijn rijk zijn?
De betere vraag is:
Welke macht krijgt rijkdom over degene die haar bezit?
Hetzelfde geldt voor status, een huis, een functie of erkenning.
We hoeven niet noodzakelijk afstand te doen van alles wat aangenaam of nuttig is.
De oefening is om ons welzijn er niet volledig aan vast te maken.
Epictetus gaat daarin bijzonder ver. Hij adviseert zijn leerlingen zich eerst bij kleine dingen te oefenen in het besef dat wat zij gebruiken niet volledig van hen is. Begin bij een eenvoudig voorwerp, en oefen van daaruit verder met zaken waaraan je sterker gehecht bent.
Niet omdat we niets meer mogen waarderen.
Maar omdat alles wat buiten ons karakter ligt ook verloren kan gaan.
Wat is werkelijk goed?
Daarmee komen we bij een van de meest radicale ideeën van de Stoa.
Deugd — aretê — is het werkelijke goede.
Wijsheid.
Rechtvaardigheid.
Moed.
Matigheid.
Gezondheid kan waardevol zijn. Bezit kan mogelijkheden geven. Erkenning kan prettig zijn. Een goede maatschappelijke positie kan ons in staat stellen iets voor anderen te betekenen.
Maar volgens de Stoïcijnen maakt geen van deze dingen iemand op zichzelf tot een goed mens.
Daarom konden zij gezondheid en rijkdom tot de zogenaamde ‘preferred indifferents’ rekenen: zaken die we onder normale omstandigheden redelijkerwijs kunnen verkiezen, zonder ze gelijk te stellen aan het morele goede.
Dat onderscheid verandert de vraag waarmee we naar het leven kijken.
Niet alleen:
Wat heb ik bereikt?
Maar:
Hoe heb ik gehandeld terwijl ik het probeerde te bereiken?
Een overwinning die door bedrog tot stand komt, is vanuit stoïcijns perspectief geen betere uitkomst voor ons karakter.
Een zakelijke winst waarvoor we anderen bewust onrecht aandoen evenmin.
En een eenvoudig leven is niet automatisch deugdzaam alleen omdat iemand weinig bezit.
De maatstaf ligt uiteindelijk in de manier waarop we kiezen en handelen.
Musonius Rufus: filosofie moet geoefend worden
Bij Musonius Rufus wordt de praktische kant van filosofie bijzonder duidelijk.
Musonius was de leraar van Epictetus en stond bekend om een nuchtere benadering van filosofische vorming. Filosofie moest volgens hem niet alleen bestaan uit redeneringen. Zoals iemand die arts of musicus wil worden praktische training nodig heeft, heeft ook iemand die een goed mens wil worden oefening nodig.
Dat maakt levenskunst concreet.
Rechtvaardigheid leer je niet uitsluitend door een definitie van rechtvaardigheid te kennen.
Zelfbeheersing leer je wanneer er daadwerkelijk iets aantrekkelijks voor je ligt.
Moed krijgt betekenis wanneer je iets te vrezen hebt.
Geduld kan pas geoefend worden wanneer iets of iemand je geduld op de proef stelt.
De omstandigheden die ons soms hinderen, worden daardoor tegelijkertijd materiaal voor onze oefening.
Marcus Aurelius komt herhaaldelijk bij een vergelijkbare gedachte uit: wat zich aandient kan gebruikt worden als materiaal voor rationeel en sociaal handelen.
De moeilijkheid staat dan niet altijd tegenover de filosofische oefening.
Soms is de moeilijkheid de oefening.
Leven met andere mensen
Stoïcijnse levenskunst is daarom nooit alleen een innerlijk project.
De mens is volgens de Stoa een sociaal wezen.
Marcus Aurelius herinnert zichzelf eraan dat hij als Antoninus burger van Rome is, maar als mens deel uitmaakt van een veel grotere gemeenschap.
De vroege Stoïcijnen werkten dit uit binnen hun ideeën over onze natuurlijke verbondenheid met anderen.
Daarom is innerlijke rust alleen niet voldoende.
Een mens kan volkomen kalm zijn en toch onrechtvaardig handelen.
Een leidinggevende kan emotioneel beheerst zijn en zijn medewerkers slecht behandelen.
Een ouder kan zichzelf uitstekend onder controle hebben en toch nooit werkelijk naar zijn kind luisteren.
Deugd vraagt ook iets van onze verhouding tot anderen.
Hoe gebruiken we verantwoordelijkheid?
Hoe reageren we wanneer iemand moeilijk is?
Kunnen we eerlijk zijn wanneer liegen voordeliger zou zijn?
Kunnen we rekening houden met een ander wanneer ons eigen belang iets anders verlangt?
Marcus Aurelius schrijft vanuit een positie waarin hij dagelijks met zulke vragen te maken moet hebben gehad. Zijn antwoord is opvallend consequent: de rationele mens is ook een sociaal mens, en rechtvaardig handelen behoort tot zijn natuur.
Aanvaarden betekent niet niets doen
Ook aanvaarding hoort bij de stoïcijnse levenskunst.
Maar aanvaarding wordt gemakkelijk verward met passiviteit.
De Stoïcijn hoeft niet te zeggen:
Het is nu eenmaal zo, dus ik doe niets.
Aanvaarding begint eerder met:
Dit is wat er nu werkelijk aan de hand is. Wat kan ik hiermee doen?
Een ziekte kan behandeld worden.
Een onrechtvaardige situatie kan bestreden worden.
Een fout kan hersteld worden.
Een verloren wedstrijd kan aanleiding zijn om anders te trainen.
Maar voordat we verstandig kunnen handelen, moeten we eerst bereid zijn de situatie te zien zoals zij werkelijk is.
Niet zoals zij had moeten zijn.
Niet zoals we zouden willen dat zij was.
Maar zoals zij nu is.
Daarna komt de keuze.
Juist daarom kunnen aanvaarding en handelen binnen de Stoa naast elkaar bestaan.
De oefening stopt niet
Marcus Aurelius was al jaren met filosofie bezig toen hij de gedachten opschreef die wij nu als zijn Persoonlijke notities lezen.
Toch klinkt hij daarin niet als iemand die vindt dat hij klaar is.
Hij herinnert zichzelf steeds opnieuw aan dezelfde principes.
Blijf bij je eigen handelen.
Onderzoek je oordeel.
Handel rechtvaardig.
Laat je niet volledig beheersen door de mening van anderen.
Gebruik het heden goed.
In boek VII herinnert hij zichzelf eraan dat een mens overal en altijd kan proberen zijn huidige omstandigheden te aanvaarden, rechtvaardig tegenover anderen te handelen en zijn gedachten zorgvuldig te onderzoeken.
Dat herhalen is veelzeggend.
Zelfs iemand die de filosofie kent, moet haar opnieuw beoefenen.
Misschien is dat wel de kern van de Stoa als levenskunst.
Niet dat we op een dag een punt bereiken waarop niets ons meer raakt, we nooit meer verkeerd oordelen en altijd precies weten wat we moeten doen.
Maar dat we onszelf blijven vormen.
We proberen.
We maken fouten.
We kijken terug.
We begrijpen iets beter.
En bij de volgende gelegenheid proberen we opnieuw.
De Stoa belooft daarmee geen leven zonder verlies, conflict, twijfel of tegenslag.
Zij biedt iets anders:
een manier om midden in dat leven te oefenen in hoe we willen leven.
Daar wordt filosofie levenskunst.
Informatiebronnen
Voor deze pagina zijn in de eerste plaats klassieke stoïcijnse en aan de Stoa overgeleverde bronnen gebruikt: Epictetus, Gesprekken en Enchiridion; Marcus Aurelius, Persoonlijke notities; Seneca, Brieven aan Lucilius; Musonius Rufus, Diatriben/Fragmenten; Diogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, boek VII; en Cicero, De finibus, boek III, dat een belangrijke bron vormt voor onze kennis van de stoïcijnse ethiek.
Voor controle en moderne wetenschappelijke duiding van onder meer deugd, adiaphora, passende handelingen en de sociale dimensie van de Stoa is daarnaast gebruikgemaakt van de Stanford Encyclopedia of Philosophy. De moderne reconstructie bevestigt onder meer dat de hoofdstroom van de Stoa deugd als het werkelijke goede beschouwde, terwijl bepaalde externe zaken wel waarde konden hebben en redelijkerwijs verkozen konden worden.
In overeenstemming
Word geen blad in de wind.
Laat je niet drijven door toeval,
nog zinken door verlangen.
Word stam.
Wortel in het noodzakelijke.
Buig, maar breek niet.
Wat buiten je macht valt,
valt buiten je zorg.
Laat het gaan.
De rede is je maat,
de deugd je vorm,
het heden je plaats.
Zeg niet: “Dit had anders moeten zijn.”
Zeg: “Zo is het.”
Je bent niet minder
om wat je verliest,
maar mens
in hoe je ermee omgaat.
Wees stil wanneer anderen schreeuwen.
Wees helder wanneer mist opkomt.
Wees rechtvaardig,
ook als niemand het ziet.
Want de kosmos kijkt,
en jij bent er deel van.
Oefen je in sterven
voordat het komt.
Oefen je in leven
zoals het komt.
In alles: oefening.
In alles: keuze.
En als het einde komt,
laat dan niets onaf,
behalve dat wat nooit af hoeft te zijn:
de poging wijs te leven.
Wil je meer over dit onderwerp weten?
⬇️ Klik hieronder om toegang te krijgen tot de bibliotheek
"Een oude levenskunst voor de moderne wereld"
Volg De Weg van de Stoa op Instagram of Facebook en wandel mee op het pad van innerlijke groei.